<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0">
<channel>
<title>ICIN</title>
<link>http://www.icin.nl/</link>
<description>Hart- en vaatziekten</description>
<language>nl</language>
<docs>http://www.icin.nl/</docs>

<item>
<title>ICIN onderzoek sluit effect EPO na hartinfarct uit</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=56&amp;lng=nl</link>
<description>Behandeling met een shot EPO na een hartinfarct verbetert niet de functie van de hartspier. ICIN projectleider en cardioloog in het UMC Groningen Adriaan Voors presenteerde dit nieuwe inzicht op het Europese Cardiologencongres in Stockholm. Bij kleinere studies leek EPO een positief effect te hebben op het hart. In Nederland werkten 7 Nederlandse ziekenhuizen samen om hier zekerheid over te krijgen. HartfunctieIn Nederland leven een kleine 300.000 mensen die een hartinfarct hebben gehad (Nationaal Kompas Volksgezondheid). De kwaliteit van leven kan echter behoorlijk achteruit gaan doordat het hart na een infarct minder sterk is. Bij enkele studies leek EPO een positief effect op de hartfunctie te hebben. Er werden echter te weinig patienten onderzocht om harde conclusies te kunnen trekken.HEBE 3 onderzoekUniversitair samenwerkingsverband ICIN zette het HEBE 3 onderzoek op om het effect van EPO op de hartfunctie te onderzoeken. Doordat 7 ziekenhuizen aan de studie deelnamen konden ruim 500 patienten onderzocht worden.Voors en collega&#039;s onderzochten het effect van EPO op de hartfunctie door de hoeveelheid bloed te meten die het hart per hartslag het lichaam in pompt, de zogenaamde LVEF. Zij bestempelden vooraf een verbetering van de LVEF van 3%  als succesvol. Het maximaal gevonden effect was slechts 1%, wat voor de patient gelijk staat aan geen effect. Dit werd bevestigd doordat er geen verschil in de grootte van het hartinfarct werd gevonden. Dit laatste testten de cardiologen door eiwitten in het bloed te meten die de grootte van een infarct kunnen verraden. De gevonden hoeveelheid eiwit in het bloed bleek in beide groepen patienten gelijk.Minder hartfalenWat wel opviel was dat patienten die met EPO behandeld waren, minder vaak symptomen van hartfalen hadden. Dit is belangrijk omdat patienten zich hierdoor slecht voelen en langer in het ziekenhuis moeten blijven. Het kan zelfs levensbedreigend zijn. Voors: &quot;Omdat de HEBE 3 studie niet speciaal ontworpen was om dit te onderzoeken is het niet zeker of dit al dan niet op toeval berustte. We wachten nu resultaten van collega&#039;s uit Amerika af om te bekijken of we dit verder kunnen onderzoeken.&quot;HEBE platformICIN coordineert samenwerking van ziekenhuizen in Nederland in het HEBE platform om veel patienten te kunnen laten deelnamen aan studies. Zo kunnen behandelingen en medicijnen betrouwbaar op bruikbaarheid getest worden. Eerder werd middels het HEBE platform het effect van stamcellen op het herstel van de hartspier na een hartinfarct onderzocht.European Society of Cardiology congresHet congres van de ESC vond afgelopen week plaats van 28 augustus tot 1 september. Op het congres presenteerden 60 ICIN medewerkers hun onderzoek met onder meer 22 wetenschappelijke posters en 8 abstract presentaties. Ze waren betrokken bij 10 symposia tijdens het congres. Adriaan Voors presenteerde HEBE 3 in een hotline sessie.EPO (Erythropoetine)EPO werd bekend als doping uit de wielerwereld. Het medicijn heeft een effect op de aanmaak de rode bloedcellen die zuurstof transporteren en wordt normaal gesproken aangemaakt in de nieren. Het wordt dan ook standaard als medicijn ingezet bij mensen met slecht functionerende nieren, om bloedarmoede (te weinig rode bloedcellen) te voorkomen.Zie ook het filmpje van de NVVC</description>
<pubDate>Thu, 02 Sep 2010 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=56&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN jaarverslag 2009</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=55&amp;lng=nl</link>
<description>Het ICIN jaarverslag 2009 is verschenen. Het jaarverslag bevat de voortgang van alle onderzoeksprojecten en een overzicht van publicaties en promoties in 2009. U kunt het jaarverslag hier downloaden. Wilt u graag een gedrukt exemplaar, dan kunt u een berichtje sturen aan info@icin.knaw.nl.</description>
<pubDate>Tue, 20 Apr 2010 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=55&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Descartes-Huygensprijs voor Marc Humbert en Arthur Wilde</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=54&amp;lng=nl</link>
<description>Marc Humbert en Arthur Wilde ontvangen op 30 maart 2010 de Descartes-Huygensprijs. Zij krijgen de prijs voor hun excellente onderzoek en hun bijdrage aan de Nederlands-Franse samenwerking. De prijs, een geldbedrag van 23 duizend euro, is bestemd voor een verblijf als gastonderzoeker in Nederland, respectievelijk in Frankrijk. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen reikt al sinds 1995 jaarlijks voor Nederland de Descartes-Huygensprijs uit. Prof. dr. Marc Humbert (46) krijgt de prijs voor zijn onderzoek naar pulmonale hypertensie, verhoogde bloeddruk in de bloedvaten rond de longen. Humbert is werkzaam in het Centre National de Reference de l&#039;Hypertension Arterielle Pulmonaire, Universite Paris-Sud.Prof. dr. Arthur Wilde (53) is als hoogleraar Cardiologie verbonden aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en is lid van de Wetenschappelijke Raad van ICIN. Hij krijgt de prijs voor zijn pionierende onderzoek naar het mechanisme en de genetische achtergrond van hartritmestoornissen en het ontstaan van plotselinge hartdood. Hij is een eminent lid van de internationale wetenschappelijke gemeenschap. Wilde werkt met diverse Franse onderzoeksgroepen samen. De Franse jury: Wilde is een boeiende persoonlijkheid met wie het makkelijk is om wetenschappelijke relaties aan te knopen.De Descartes-Huygensprijs is ingesteld door de Franse en Nederlandse regeringen. De prijs wordt sinds 1995 toegekend aan wetenschappelijke onderzoekers voor hun excellente onderzoek en hun bijdrage aan de Nederlands-Franse samenwerking. Beurtelings komen de vakgebieden geestes- en sociale wetenschappen, natuurwetenschappen en levenswetenschappen aan bod. Het te winnen geldbedrag van 23 duizend euro is bestemd voor een verblijf als gastonderzoeker in Nederland, respectievelijk in Frankrijk. De KNAW kiest de Franse kandidaat en de Academie des sciences, of de Academie des sciences morales et politiques wanneer het de geestes- en sociale wetenschappen betreft, kiest de Nederlandse kandidaat.</description>
<pubDate>Mon, 01 Mar 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=54&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Nieuw verouderingsgen ontdekt</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=53&amp;lng=nl</link>
<description>Wetenschappers van het UMC Groningen hebben een gen ontdekt dat betrokken is bij biologische veroudering in mensen. Zij deden dat in samenwerking met Engelse collega&#039;s van de Universiteit van Leicester en het King&#039;s College te London. Dit onderzoek wordt vandaag gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift Nature Genetics. De onderzoekers keken naar de telomeren, de beschermkapjes van het DNA, te vergelijken met de plastic uiteinden van schoenveters. Bij de meeste cellen worden telomeren korter bij elke celdeling. Wetenschappers beschouwen daarom telomeerlengte als een marker voor biologische leeftijd.&quot;In deze studie hebben we ontdekt dat individuen met een bepaalde genetische variant kortere telomeren hebben en dus waarschijnlijk biologisch ouder zijn dan hun kalenderleeftijd&quot;, vertelt dr. Pim van der Harst van de afdeling Cardiologie UMCG, die een belangrijk deel van het onderzoek in Leicester en Groningen uitvoerde. &quot;Het effect was behoorlijk, een kopie van de variant zorgt ervoor dat de telomeren gemiddeld 75 basenparen korter zijn, wat normaal gesproken drie levensjaren duurt. Van beide ouders kun je deze variant erven en als je er twee hebt ben je biologisch gezien zeven jaar ouder.&quot; Pim van der Harst werkte in 2007 een jaar in Boston, USA, dankzij een ICIN Fellowship.De nu geidentificeerde genetische variant ligt dicht bij het TERC-gen, waarvan bekend is dat het een belangrijke rol speelt bij de telomeerlengte van stamcellen. De resultaten suggereren dat sommige mensen genetisch voorbestemd zijn om kortere telomeren te krijgen dan anderen. &quot;Deze genetische variatie zou dus deels kunnen verklaren waarom mensen in sommige families allemaal veel ouder worden dan in andere families.&quot;Bekend was dat de telomeren sneller slijten door schadelijke factoren, zoals roken. Ook hartfalen en telomeerlengte zijn aan elkaar gelinkt, vertelt prof.dr. Dirk Jan van Veldhuisen, betrokken bij het onderzoek en hoofd van de afdeling Cardiologie in het UMCG. &quot;We hebben eerder al aangetoond dat patienten met hartfalen kortere telomeren hebben. Nu is het de vraag of gezonde mensen met deze genetische variant een groter risico hebben op het ontwikkelen van hartfalen.&quot;Het onderzoek maakte gebruik van data van de PREVEND studie. Dit Groningse bevolkingsonderzoek bestudeert of eiwitten in de urine nier-, hart- en vaatziekten voorspellen. Het onderzoek werd mede gefinancierd door NWO, via een Veni-beurs van Pim van der Harst, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN), de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Nierstichting en de EU-projectsubsidie GENECURE.</description>
<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=53&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN opent Beurshandel</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=52&amp;lng=nl</link>
<description>Op donderdag 4 februari opende de handel op de Amsterdamse beurs met een bijzondere aankondiging. CONCOR, met 11.661 deelnemende patienten &#039;s werelds grootste onderzoek naar erfelijke en aangeboren hartafwijkingen, werd vandaag officieel onderdeel van Parelsnoer. Parelsnoer is een gezamenlijke data- en weefselbank van de acht academische ziekenhuizen in Nederland. Door de samenwerking met Parelsnoer kan CONCOR nog meer patienten deel laten nemen en een grotere bijdrage leveren aan de zorg voor deze mensen.CONCOR is een onderzoeksproject van het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland.</description>
<pubDate>Thu, 04 Feb 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=52&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN op het Lowlands Festival</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=49&amp;lng=nl</link>
<description>Op 21 augustus sprak ICIN hoogleraar Ton van der Steen tijdens het Lowlands Festival in Biddinghuizen. Lowlands is een muziekfestival waarbij tussen de concerten door ook aandacht besteedt wordt aan andere onderwerpen zoals politiek en wetenschap. Prof. dr. ir. Ton van der Steen, STW Simon Stevin Meester 2007 gaf een college over technieken om afbeeldingen te maken van de binnenwand van bloedvaten. Dit soort technieken moeten helpen om de vorming van plaques en de bloeddoorstroming in beeld te brengen, ongewenste situaties tijdig op te sporen en zo het aantal hart- en herseninfarcten te verminderen. Het college was onderdeel van Lowlands University.</description>
<pubDate>Wed, 09 Sep 2009 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=49&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>&#039;Hart voor de Zaak&#039; tegen hartziekten bij Nederlandse werknemer</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=50&amp;lng=nl</link>
<description>Amstelveen, 9 september 2009 - Cees Maas, oud-topman van ING, heeft gisteren het startsein gegeven voor &#039;Hart voor de Zaak&#039;, een campagne die vitaliteit en motivatie op de werkvloer in Nederland moet stimuleren. Jaarlijks worden ongeveer 1600 mensen op het werk getroffen door een hartstilstand, deels als gevolg van stress, te weinig beweging en ongezonde voeding. In zeker de helft van de gevallen spelen erfelijke factoren een rol. Hart voor de Zaak wil werkgevers en werknemers in beweging laten komen om de kans op hart -en vaatziekten in Nederland te verkleinen. Daarnaast heeft de campagne als doel hartonderzoekers en hartspecialisten te ondersteunen bij het vinden van oplossingen voor patienten met hart -en vaatziekten. Bedrijven kunnen de campagne, en daarmee hartonderzoek in Nederland, ondersteunen door de zogenaamde &#039;Heartcase&#039; aan te schaffen. Dit pakket bevat onder meer een Automatische Externe Defibrillator (AED), een AED-training voor zes personen en zes reanimatie oefenpoppen. Door als organisatie een &#039;Heartcase&#039; op de werkvloer te hebben, wordt in het geval van een hartstilstand de overlevingskans van een medewerker aanzienlijk vergroot. Tevens ontvangt elke medewerker een membercard voor kortingen in fitnesscentra, schoonheidssalons, sauna&#039;s en golfbanen. Op deze manier worden sport en ontspanning gestimuleerd. Ook kunnen medewerkers een online vitaliteitscan doen of deelnemen aan een balansdagtest, mede mogelijk gemaakt door het Voedingscentrum.Hart voor de Zaak is een non-profit initiatief van de &#039;Vrienden van de Cardiologie&#039; en diverse organisaties in Nederland, waaronder ING en Unive. De fondsen die via de campagne worden geworven gaan ten behoeve van het onderzoek naar hart- en vaatziekten naar het ICIN, een uniek samenwerkingsverband waarin de cardiologische afdelingen van acht universitaire medische centra in Nederland zijn verenigd. Mede door deze samenwerking staat Nederland wereldwijd in de top drie als het gaat om cardiovasculair wetenschappelijk onderzoek.Tijdens de officiele kick-off van de campagne gisteren reikte Cees Maas, voorzitter van Hart voor de Zaak, de eerste &#039;Heartcase&#039; uit aan Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW. De werkgeversvereniging, evenals de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland, onderschrijft en ondersteunt de doelstellingen van &#039;Hart voor de Zaak&#039;. Enkele toonaangevende organisaties als BarentsKrans, Logica, KPMG, Stibbe, ATC en TBLC hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de campagne.&quot;Een werknemer brengt gemiddeld eenderde deel van de dag door op de werkvloer. Dit is de reden dat werkgevers er voor moeten zorgen dat werknemers het naar hun zin hebben en dat zij zich herkennen in de doelstellingen van het bedrijf. Een gemotiveerde, gezonde medewerker is van groot belang voor een organisatie. De kosten van het productiviteitsverlies als gevolg van hartziekten kost het bedrijfsleven circa e 2 miljard per jaar. Daarom is het belangrijk dat organisaties investeren in de gezondheid van hun medewerkers en de preventie van hart -en vaatziekten in Nederland,&quot; aldus Cees Maas, voorzitter van Hart voor de Zaak.----------------------------------------------------------
Noot voor de pers: Voor meer informatie over Hart van de Zaak kunt u terecht op www.hartvoordezaak.nu of u kunt contact opnemen met Martijn Marree, woordvoerder Hart voor de Zaak, via 06-22924492 of info@hartvoordezaak.nu of met Peter Drent van Wisse Kommunikatie via 026-4431523 of peter.drent@wisse-worldcom.nl.Cees Maas is beschikbaar voor (telefonische) interviews over &#039;Hart voor de Zaak&#039;. Mocht u geinteresseerd zijn in een interview, neem dan contact op met een van bovengenoemde contactpersonen.</description>
<pubDate>Wed, 09 Sep 2009 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=50&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Einthoven Dissertatieprijs</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=48&amp;lng=nl</link>
<description>Vrijdag 3 april kozen de leden van de NVVC Linda van Laake met haar proefschrift &quot; Cardiac Recovery by Stem and Progenitor Cells&quot; als winnaar van de Einthoven Dissertatie prijs 2009. Joost Daemen werd gekozen voor de tweede prijs en Claudia Ypenburg voor de derde prijs. De jury kreeg een record aantal van totaal 24 proefschriften te beoordelen. De juryleden waren onder de indruk en tevreden met de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van de jonge artsen. Zoals altijd, was het niet gemakkelijk om te beslissen wie te benoemen voor de laatste ronde. De drie genomineerden, Linda van Laake, Joost Daemen en Claudia Ypenburg, presenteerden hun werk op de voorjaarsbijeenkomst van de NVVC, deze werd gehouden in Amsterdam op 2-3 april 2009.Voor de 20e keer op rij hebben, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC), het Interuniversitair Cardiologie Instituut Nederland (ICIN), en de sponsor, Sanofi-Aventis de verkiezing ondersteund. De prijzen werden verdeeld over de beste drie proefschriften van vorig jaar op een cardiovasculair onderwerp. De prijs draagt de naam van een van de grootste Nederlanders in de geschiedenis van de cardiologie: Willem Einthoven (1860-1927), de pionier van het menselijk ECG en winnaar van de Nobelprijs in 1924.</description>
<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=48&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN Knowledge day</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=47&amp;lng=nl</link>
<description>
Wednesday April 8 there was the first ICIN Knowledge day of this year. Every year ICIN organizes two ICIN Knowledge days. This April the subjects were the Durrercenter, Congenital Heart Disease and Genetics in Cardiology. The chairs of the day were Prof. dr. Barbara Mulder and Prof. dr. Yigal Pinto. You can also download the summary as PDF:Durrercenter for Cardiogenetic Research: mission and recent
developments
After a warm welcome bij Prof. dr. Wiek van Gilst the morning session of the second ICIN knowledge day was opened by Prof. dr. Wouter Jukema, who reminded the audience of the mission and vision of the Durrer Center (www.durrercenter.nl), which aims to provide a national service for collecting, storing and analyzing cardiovascular (genetic) information (data and samples) in order to facilitate and execute high quality research in the Netherlands. This is done by combining available resources as expertise, information and facilities. Doing so, the Durrer Center will uphold a neutral position within the scientific community and will strive to stimulate collaboration between research institutes as well as individual researchersWouter enlighted one of the projects that use samples from the Durrer Center. The Gender study is a prospective, multicenter, follow-up study, evaluating various gene polymorphisms in association with restenosis after PCI. Genetic factors may explain part of the excessive risk for restenosis observed in certain patients. The Genotyping is ongoing in order to be able to do a whole genome association analysis.Congenital Heart Diseases
Prof. dr. Barbara Mulder showed that as the survival and life expectancy of patients with congenital heart diseases (CHD) has increased, nowadays more older patients with CHD are seen by clinicians. It is estimated that about 20 - 25.000 patients with CHD exist in the Netherlands. The Concor registry aims to collect data and samples from these patients, with the recent &#039;Vermist: 8000 hartpatienten&#039; campaign as its last effort to find all these people. Up to know about 38 studies were based upon data as well as samples from the registry. An example of the outcome from such studies is the insight that Fallot patients with certain morphologic characteristics should be screened for the 22q11 deletion as they for example might have elevated risks for schizophrenia.Genetic variation in Congenital Heart Defects
Irene Joziasse guided the listeners into the world of congenital heart defects which are frequently associated with a syndromic diagnosis, like Noonan and Down syndrome. Isolated congenital heart disease is thought as multifactorial but autosomal dominant inheritance can be found and heritability is estimated to be high (0.5-0.95). Genetic research in this field is complicated by low penetrance, high phenotypic variability and the defects are geneticly heterogeneous. Because congenital heart defects are associated with rare genetic variants, a large candidate gene sequencing screen in patients from the Concor registry has been undertaken by the Hubrecht Institute. Interesting genetic variants were functionally followed up both in the laboratory as by family studies. In 190 patients with atrioventricular valve and or septal defects 43 genetic variants were identified specific for this patients population. For 11 genetic variants, models predicted an altered protein function. One of these genes was functionally followed up and the group of Irene discovered one genetic variation in ALK2 to be associated with the congenital heart defect observed in the proband.Down hearts in Trisomy 21.
In Down syndrome (DS) the prevalence of congenital heart defects (CHD) is high, with almost 50 percent of the children affected with overrepresentation of atrioventricular septal defects. If not operated, the left to right shunt causes the Eisenmenger syndrome. Patients are treated according to a standardized protocol. To evaluate treatment effect, patients are followed-up at several moments when they perform a 6 minute walk test and an echocardiogram is done. Recent studies by Jeroen Vis showed that the 6 minute walk test is not a valid indicator of cardiorespiratory fitness in patients with DS. Not the heart problem, but the level of intellectual disability influenced the walking distance.Jeroen Vis also reported about a recent screening program of adult DS patients who were living in health care institutions. Many undiagnosed CHD were expected, because from 17% of more than 1000 DS patients living in the institutions, no information about cardiac status was known. The screening consisted of an electrocardiogram, a cardiac ultrasound, a 6 minute walk test, physical examination and laboratory testing. Indeed, it was found that 11% of the screened patients had an unknown CHD. A remarkable finding was that the hearts of the DS patients were smaller (left ventricular size and volumes) compared to controls without DS, and cardiac function in response to exercise was reduced. Further investigation will have to clarify whether this is caused by a sedentary lifestyle or by genetics. Anyway, these findings will have to be taken into account when determining the optimal timing for valvular surgery in DS patients.Sports and sexuality and congentital heart disease
According to Michiel Winter, it is known that in patients with acquired heart disease, there is a high prevalence in sexual dysfunction, that sexual satisfaction is decreased, and spouses are affected. Moreover, it is known that patients with acquired heart disease are interested in receiving information and treatment. Sexuality in patients with congenital heart disease (CHD) could also be affected, as complications are numerous, medicinal use is high, and patients are relatively young. Sexual functioning partially determines how much patients appreciate their quality of life. As there are hardly any data available on the subject until now, a study was conducted making use of questionnaires and a patient group from the Concor registry. An average number of CHD patients (69%) were involved in a relationship. Satisfaction with current relationships was high. Sexual frequency was normal, but patients (except those with caorctation of the aorta) perceived low body esteem and experienced sexual discomfort and dysfunction, but their partners remain unaffected. This should be taken into account in the light of optimizing the QoL of patients. As QoL is receiving increased attention, a second study is initiated to look into exercise and sport participation, as this is recommended in patients with acquired heart disease and data on the subject in the case of CHD are not available yet. Results of this study are pending.Pregnancy and congenital heart disease
Ali Balci presented the outlines of the prospective multi-centre cohort study ZAHARA II. The hemodynamic burden of pregnancy has a significant impact on the maternal cardiovascular system. In ZAHARA I it was shown that women with CHD are not only more susceptible to cardiac complications but also to obstetric and offspring complications; an important denominator is an inadequate uteroplacental circulation. In ZAHARA II patients with CHD presenting with a pregnancy of less than 20 weeks duration in one of the participating centres will be asked to participate. Healthy controls, age and parity matched, will be recruited from an obstetric echo centre to be able to identify occurring CHD specific complications. Medical history will be retrieved from medical records. Serial clinical/laboratory evaluation and standardised echocardiograms will be performed. Foetal growth and uteroplacental perfusion will be studied by Doppler ultrasound. Exercise testing will be performed 1 year postpartum in all patients. Main endpoints are a change in cardiac parameters, differences in uteroplacental parameters between controls and CHD patients en composite endpoints of cardiac, obstetric and offspring complications. Preliminary results show that with 89 patients and 7 healthy controls included, in 49% of pregnancies complications occurred. Cardiovascular complications occurred in 45% of pregnancies, obstetric complications in 55% and offspring complications in 38%.During the lunch there were poster presentations in the &quot;Willemszaal&quot;Genetics in Cardiology
Prof. dr. Yigal Pinto introduced the second part of the Knowledge day, looking into the genetics in cardiology, focusing on genetic counselling as an increasingly important development. Cardiogenetic centers show practical relevance for patients. This is illustrate in the case of Lamin A/C mutations. Cardial laminopathies typically show a poor prognosis and high mortality. Registries and statistics gave insight in the importance of anti-thrombotic therapy and the need for ICD&#039;s. A second development is that the human genome has become &#039;common&#039; and miRNA have complicated genetics, but also gave way to more insight in genetic diseases and possibilities for treatment.MicroRNA
According to dr. Paula da Costa Martins clinical evidence clearly demonstrates that sustained hypertrophy is a key risk factor in heart failure development. Much effort is centered on the identification of the pathways leading to hypertrophy regarding drug development and heart failure therapy. Over the last years, calcineurin/NFAT signaling has been the focus of intense research based on its central role in the development of cardiac hypertrophy. Elevated intracellular calcium levels result in the activation of the Ca2+/calmodulin-dependent phosphatase calcineurin and, in turn, in the dephosphorylation of NFAT and subsequent translocation into the nucleus where it will regulate gene transcription, cardiac remodelling and heart failure. Recently, a very powerful post-transcriptional mechanism has been uncovered involving small noncoding RNAs (microRNAs) that negatively regulate gene expression at the posttranscriptional level by base pairing to the 3&#039; untranslated region (3&#039; UTR) of the target messenger RNA. Commercially available oligonucleotide microRNA microarrays identified microRNA-199b (miR-199b) as being upregulated in the development of calcineurin-induced heart failure. To address the significance of this microRNA in heart disease, the group of Paula performed knockdown and overexpressing experiments using LNA-modified oligonucleotides and precursor molecules specific for endogenous miR-199b, respectively, in primary rat neonatal cardiomyocyte cultures. They observed that mir-199b expression is required for calcineurin-induced hypertrophy, and that its overexpression spontaneously provokes cardiomyocyte hypertrophy. Interestingly, in calcineurin transgenic mice, it was possible to rescue the extensive cardiac hypertrophic phenotype by silencing mir-199b with a specific antagomir. Predictive bioinformatic algorithms indicate that dual-specificity tyrosine-(Y)-phosphorylation regulated kinase 1a (Dyrk1A) functions as a pivotal miR-199b target gene and since Dyrk1A has been demonstrated to function as an NFAT kinase in the brain, capable of antagonizing calcineurin function, miR-199b induction may function as a positive feedback mechanism that ensures nuclear localization of cardiac NFAT transcription factors. A stable murine ventricular myocyte cell line was developed expressing miR-199b in a doxycylin-inducible manner as a controllable cellular system where reproducible and specific Dyrk1A downregulation upon induction of miR-199b was observed. In vivo data showed similar downregulation of Dyrk1A in the hearts of calcineurin transgenic mice while silencing of miR-199b in these animals upregulated cardiac Dyrk1A protein levels. Interestingly, human heart samples from patients with ischemic heart disease showed augmented miR-199b expression and decreased Dyrk1a protein levels. Altogether, the data suggest a mechanism whereby miR-199b promotes pathological cardiac hypertrophy by active downregulation of Dyrk1a.Genetics of sudden cardiac death
Imke Christiaans stated that sudden cardiac death (SCD) at young age is often the result of a hereditary heart disease. All known structural and electrical hereditary heart diseases display distinct abnormalities on cardiological evaluation. In a subset of SCD, defined as idiopathic ventricular fibrillation (IVF), no distinct abnormalities are present. No gene has been identified for IVF yet and since cardiac abnormalities are absent, relatives at risk cannot be identified. Therefore, a genome-wide haplotype sharing analysis was performed to identify the responsible gene in three distantly related families with multiple individuals who died suddenly or were resuscitated at young age. As a result, a haplotype on chromosome 7q36 that was conserved in three families and shared by 7 out of 42 additional IVF families. The shared chromosomal segment harbours the DPP6-gene which encodes a putative component of the transient outward current in the heart. The group of Imke demonstrated a 10-20-fold increase in DPP6 mRNA levels in myocardium of carriers compared to controls. Clinical evaluation of 108 risk-haplotype carriers and 110 non-carriers revealed no ECG or structural parameters indicative of cardiac disease. Penetrance of the haplotype was high; 50% of risk-haplotype carriers experienced (aborted) sudden cardiac death before the age of 56 years. At present, an implantable defibrillator seems the only treatment option in risk-haplotype carriers. Imke proposed DPP6 as a novel gene for IVF with increased DPP6 expression as the likely pathogenic mechanism. In the Dutch population this gene may underlie 25% of IVF, raising the unique possibility to assess the risk status of, and treat accordingly, relatives with a potentially fatal disease through genetic analysis that does not express otherwise.Transcription regulation in heart failure
A better understanding of the molecular pathways underlying left ventricular hypertrophy (LVH) is necessary for the development of novel therapeutic strategies. Recently it was shown that the transcription factor Kruppel like factor 15 (KLF15) negatively regulates cardiomyocyte hypertrophy and that its transcription is consistently down-regulated in various models of pathological hypertrophy. Mice lacking KLF15 are viable but, in response to pressure overload, develop an exaggerated form of cardiac hypertrophy and LV dilatation.
Joost Leenders and his group have shown that loss of KLF15 is mediated by TGFa#946;1-induced activation of p38 MAPK, implicating that KLF15 serves as (one of) the endpoint(s) of TGFa#946; signaling. They further investigated the molecular mechanism by which KLF15 represses hypertrophy. Many genes that are associated with LVH (like ANF, SM22 and a#945;SKA) are known to be regulated by the transcription factor Serum response factor (SRF) and its transcriptional co-activator Myocardin. Luciferase assays showed that the Myocardin-induced activation of the ANF and SM22 promoter is completely abolished by addition of KLF15. This repression by KLF15 on Myocardin seems to be direct, since a GST pulldown assay revealed a direct protein-protein interaction between Myocardin and KLF15. Mapping of the KLF15 binding domain in Myocardin showed that KLF15 binds Myocardin to its basic domain,the same region where SRF binds. As this suggests that there is competition between KLF15 and SRF for binding to Myocardin, a Luciferase competition assay was performed which revealed that increasing amounts of SRF prevent the repression of KLF15 mediated inhibition of the ANF promoter. These results implicate that in the healthy heart, high levels of KLF15 prevent binding of Myocardin to SRF which results in the repression of Myocardin target genes. To see whether loss of KLF15 results in increased expression of SRF dependent genes the group of Joost used siRNA against KLF15 to decrease KLF15 levels in cultured cardiomyocytes and indeed this resulted in increased expression of ANF, SM22 and ASKA. To study whether KLF15 could inhibit the hypertrophic response of a heart upon pressure overload AAV9 mediated overexpression of KLF15 was used. Mice overexpressing KLF15 did not develop hypertrophy and cardiomyocyte size did not increase upon AngII stimulation. KLF15 overexpression also prevented the increased expression of hypertrophy markers. Therefore, the group of Joost proposes a new mechanism in which KLF15 acts as a negative regulator of hypertrophy by repressing the Myocardin induced expression of hypertrophy related genes and they show that forced expression of KLF15 in cardiac myocytes suffices to attenuate cardiac hypertrophy.The day ended with prizes for the best presentations and best posters awarded by Prof. dr. Walter Paulus. Prof. dr. Ernst van der Wall closed the day.You can also download the summary as PDF:Photography by: Bob Karhof</description>
<pubDate>Wed, 15 Apr 2009 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=47&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>8000 vermisten</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=45&amp;lng=nl</link>
<description>Waarom is Concor op zoek naar mensen boven de 20 jaar met een aangeboren hartafwijking? Een aangeboren hartafwijking kon 20-40 jaar geleden voor het eerst goed behandeld worden. Zo werden mensen weer genezen en naar huis gestuurd zonder na controle. Nu zijn er steeds meer nieuwe technieken, bijv. MRI-scans en echocardiografie, waarmee we kunnen zien of het hart en de vaten nog steeds in goede staat zijn. Bij een check up wordt gekeken of uw hart goed functioneert. Check up!Als u zich registreert krijgt u een advies of en waar een check-up bij u zinvol is. Dit betekent vaak een MRI-scan en/of echocardiogram om te kijken of het hart en slagaderen goed functioneren.Klopt alles nog?De gevolgen van je aangeboren hartafwijking en de operatie/behandeling in uw jeugd zijn niet altijd te voelen of te merken in uw dagelijks leven. De techniek en de onderzoeksmogelijkheden zijn sterk verbeterd waardoor het signaleren van eventuele problemen in een vroegtijdig stadium nu mogelijk is. Een check-up kan uitwijzen of alles nog klopt!De aangeboren afwijking van uw hart waarvoor u in uw jeugd bent behandeld kan op lange termijn gevolgen hebben zoals:
* een verzwakking of vernauwing van de vaatwand
* een verzwakte hartklep
* een hartkamer die niet helemaal goed functioneertLaat u controleren. Door tijdige opsporing en behandeling kunt u gezond oud worden!U kunt contact opnemen met 020-5667644 of info@concor.net.
Zie ook: www.8000vermisten.nlConcor is een project van ICIN.</description>
<pubDate>Mon, 06 Apr 2009 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=45&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN jaarverslag 2008</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=44&amp;lng=nl</link>
<description>Het ICIN jaarverslag 2008 is verschenen. De verzending begint vandaag maar voor wie zijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen, is het verslag nu al online beschikbaar. Het jaarverslag verschijnt alleen in het Engels. ICIN stuurt het jaarverslag aan medewerkers, projectleiders, subsidiegevers en andere belanghebbenden. Wilt u een gedrukt exemplaar bestellen, neem dan even contact met ons op.Klik hier om het jaarverslag te downloaden </description>
<pubDate>Fri, 20 Mar 2009 00:00:00 +0100</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=44&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>MagICINe 2 verschenen</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=38&amp;lng=nl</link>
<description>Het MagICINe is weer verschenen. Onze vaste abonnees ontvangen het deze week per post maar hier kunt u het alvast downloaden. Met onder meer een verslag van de ICIN Kennisdag, 3D echocardiografie, artikelen van onze beide fellows die in Boston, USA, vertoeven, de BIOMARCS study en MRI Wilt u het MagICINe ook per post ontvangen, neemt u dan even contact op met ICIN. Wij voegen u toe aan de verzendlijst.</description>
<pubDate>Wed, 22 Oct 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=38&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>MRI redt levens van hartpati&euml;nten!</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=37&amp;lng=nl</link>
<description>Ondanks een effectieve dotterbehandeling vindt er bij een deel van de hartfalenpatienten geen of onvolledig herstel plaats van de bloedtoevoer naar het hart. Dit wordt veroorzaakt door beschadiging van de kleinste bloedvaatjes. De huidige controlemethoden, zoals een angiogram, pikken deze beschadigingen niet op. De verbeterde techniek van nieuwe MRI&#039;s signaleert deze beschadiging echter wel, zo blijkt uit onderzoek van Robin Nijveldt. Hierdoor kan een betere individuele voorspelling gedaan worden van de kans op het ontwikkelen van hartfalen in de nabije toekomst. Ook kan de behandeling beter afgestemd worden op de behoeften van de patient. Nijveldt promoveert op woensdag 15 oktober aan VU medisch centrum in Amsterdam. Nijveldt beschouwt het onderzoeksresultaat als een belangrijke stap in de behandeling van de groeiende groep hartpatienten. De voordelen van het gebruik van de MRI bij behandeling en controle van hartfalen zijn namelijk erg groot: zo hoeft de patient geen straling te ondergaan en krijgt hij geen schadelijke contrastvloeistof ingespoten. Daarnaast is binnen vijftien minuten duidelijk hoe het met de bloedvaten gesteld is en kan direct een op de patient aangepaste behandeling starten. Door de inzet van de MRI kan de kwaliteit van leven van hartpatienten zo hoog mogelijk blijven.Nijveldt onderzocht een groep van 60 mensen met een hartinfarct en vergeleek daarbij de huidige behandelings- en controlemethoden (zoals dotteren, het angiogram en het hartfilmpje) met de inzet van de MRI. In Nederland overleven steeds meer mensen een hartinfarct. Hierdoor is er een toename in het aantal mensen met hartfalen. De uitkomsten uit het onderzoek zijn direct bruikbaar voor patienten in de centra die beschikken over een MRI.Het onderzoek van Nijveldt is mede gefinancierd door de Nederlandse Hartstichting en het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN).</description>
<pubDate>Tue, 14 Oct 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=37&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Parelsnoer en ICIN</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=33&amp;lng=nl</link>
<description>Deze week tekenden het Parelsnoer initiatief en ICIN een intentieverklaring voor nauwere samenwerking in de toekomst. Het Parelsnoer Initiatief, opgericht in 2007 door de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), verzamelt op interuniversitair niveau klinische data en biomaterialen. Door het bundelen van deze gegevens en materialen kan de wetenschap zich ontwikkelen, wordt de patient beter behandeld Het Interuniversitair Cardiologisch Instituut (ICIN) is het samenwerkingsverband van de
cardiologische afdelingen van alle acht Universitaire Medische Centra (UMC&#039;s) in Nederland. ICIN
voert onderzoek naar genezing en preventie van hart- en vaatziekten uit.ICIN hoopt door samenwerking met Parelsnoer hart- en vaatziekten een prominenter(e) plaats in het Parelsnoer te geven.Zie ook http://www.parelsnoer.org/</description>
<pubDate>Thu, 17 Jul 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=33&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Fietsen voor kinderen met aangeboren hartafwijkingen</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=34&amp;lng=nl</link>
<description>Van woensdag 27 augustus tot en met zaterdag 30 augustus fietsen 15 Nederlandse cardiologen naar Munchen voor het Europese Cardiologie Congres, een rit van zo&#039;n 800 kilometer. Met deze fietstocht gaan ze fondsen werven voor Concor. Concor doet wetenschappelijk onderzoek ten bate van kinderen met aangeboren hartafwijkingen. Jaarlijk worden in Nederland 1500 kinderen geboren met een aangeboren hartafwijking. Voor de ontwikkeling van de hartchirurgie, begin jaren &#039;70, was een kind met een aangeboren hartafwijking zo goed als kansloos. De meesten overleden op zeer jonge leeftijd.Tegenwoordig bereiken deze kinderen wel de volwassen leeftijd. Maar hoe oud ze worden en met welke medische en sociale problemen ze te maken krijgen is nog nauwelijks bekend. Om beter inzicht te krijgen in de toekomst van deze jongeren is het Concor project gestart.Op de website van de NVVC vindt u meer informatie over hoe u deze dappere fietsers kunt ondersteunen.Zie ook www.concor.net</description>
<pubDate>Wed, 16 Jul 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=34&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN Jaarverslag</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=31&amp;lng=nl</link>
<description>Het ICIN Jaarverslag 2007 is gepubliceerd. Het jaarverslag bevast een algemene inleiding over ICIN in 2007, een voortgangsrapport per project en een overzicht van de wetenschappelijke publicaties van ICIN in 2007. U kunt het jaarverslag downloaden van de website. Mocht u een gedrukt exemplaar willen ontvangen, stuur dan een berichtje aan het secretariaat.</description>
<pubDate>Fri, 27 Jun 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=31&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>ICIN projectronde 2008</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=32&amp;lng=nl</link>
<description>De directie van ICIN heeft de voorwaarden en het tijdpad van de projectenronde vastgesteld. Projectvoorstellen moeten uiterlijk maandag 25 augustus binnen zijn. U vindt alle benodigde informatie in de volgende documenten</description>
<pubDate>Fri, 20 Jun 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=32&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Overlijden jonge sporters aan hartafwijking te voorkomen</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=30&amp;lng=nl</link>
<description>Extreme verdikking van de hartspier, hypertrofische cardiomyopathie (HCM), is een van de belangrijkste oorzaken van de plotse dood van jonge sporters. HCM wordt veroorzaakt door een genverandering die leidt tot een verminderde functie van de hartspier. Bij deze gendragers ontdekte Tjeerd Germans met behulp van MRI nog niet eerder geziene inkepingen in het tussenschot van de hartspier. Volgens Germans moeten dragers van het HCM-gen starten met medicamenteuze behandeling, nog voordat de hartspier verdikt is. Daardoor zou de verdikking geremd kunnen worden, waardoor de kans op overlijden vermindert. Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een ziektebeeld dat bij ongeveer 1 op de 500 personen voorkomt en gekenmerkt wordt door extreme verdikking van de hartspier. HCM wordt veroorzaakt door een genmutatie en is een van de belangrijkste oorzaken van plotse dood onder jonge sporters. Met behulp van Magnetische Resonantie Imaging (MRI), een beeldvormende techniek waarmee zeer nauwkeurig de bouw en functie van het hart bekeken kan worden, deed Germans onderzoek bij mensen die drager zijn van het HCM-gen, maar nog geen verdikking van de hartspier hadden.Het merendeel (82%) van de HCM-gendragers bleek opvallende afwijkingen te hebben aan het tussenschot van de hartspier, te weten inkepingen oftewel crypten. Deze zijn nog nooit in een eerdere studie beschreven. Verder bleek dat bij deze dragers van het HCM-gen de vulling van het hart bemoeilijkt was, wat een aanleiding voor de hartspier kan zijn om uiteindelijk te gaan verdikken.De resultaten van dit onderzoek maken het mogelijk om al in een zeer vroeg stadium mensen op te sporen die het risico lopen om later HCM te ontwikkelen. Daarnaast wijzen de resultaten erop dat de ontwikkeling van extreme verdikking van de hartspier met bestaande medicijnen te voorkomen is. Dit suggereert dat het starten van een behandeling met medicijnen bij dragers van het HCM-gen, nog voordat de hartspier verdikt is, de ontwikkeling van de ziekte kan afremmen of zelfs stoppen.Tjeerd Germans promoveert op 5 juli bij het VUmc. Hij heeft de afgelopen vier jaar als onderzoeker gewerkt voor het Interuniversitair Cardiologisch Instituut.</description>
<pubDate>Mon, 09 Jun 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=30&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Innovative Medicines Initiative</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=29&amp;lng=nl</link>
<description>In samenwerking met TI Pharma organiseerde EG-Liaison SenterNovem op donderdag 3 april 2008 een informatiemiddag ter voorbereiding op de start van een nieuw Europees subsidieprogramma Innovative Medicines Initiative (IMI).Tijdens deze middag was er aandacht voor de voorbereiding van projectaanvragen. Zo werd onder andere ingegaan op de regels voor deelname, de call procedure en regels rondom IPR kwesties. 30 april werden de topics bekend gemaakt waarop men in kan schrijven. Doelstelling
Het doel van IMI is snel naar een oplossing toe te werken voor problemen waar farmaceutische bedrijven, die verenigd zijn in de EFPIA, tegenaan lopen bij medicijnontwikkeling. De achterliggende gedacht is dat de farmaceutische bedrijven op dat gebied niet met elkaar concurreren. Trefwoorden zijn: biomarkers, genomics and proteomics.Budget en toekenning
Voor de totale looptijd van het IMI zal 1 miljard uit het KP7 subsidie programma beschikbaar gesteld worden (Dit is 1 miljard van de 6 miljard die binnen KP7 tot 2013 was gereserveerd voor Health). Deze EU-subsidie wordt aangevuld met 1 miljard in kind door de EFPIA-leden.De EFPIA-leden formuleren voor elke call topics waar consortia van academici en SME&#039;s op in kunnen schrijven dmv een expression of interest. Deze expression of interest dient dus zo nauw mogelijk aan te sluiten bij het topic. Bovendien wordt rekening gehouden met de mate waarin de IP, die met het project gemoeid is, wordt vrijgegeven. Wanneer op basis van de expression of interest een consortium wordt verkozen, dient een uitgebreid projectvoorstel ingediend te worden.Onderwerpen
IMI bestaat uit 4 pillars: safety, efficacy, educationatraining en knowledge management. Daarbij zijn 5 ziek ziektegebieden aangewezen: metabolic, brain, inflammatory diseases, cancer, infectious diseases. Voor de eerste call, die start op 30 april 2008 zijn 18 topics geformuleerd door de EFPIA leden binnen safety, efficacy, educationatraining in combinatie met metabolic, brain, inflammatory diseases.Pilot
Het FP6 project Innomed geldt als een pilot voor IMI. In het consortium van Innomed namen 16 farmaceuten, 14 universiteiten en 8 SME&#039;s deel.Kansen voor cardiovasculair onderzoek
Op het eerste gezicht staat cardiovasculair onderzoek niet hoog op de agenda van IMI. Dit zou met het verschijnen van volgende calls kunnen verbeteren, maar die zijn nu nog niet bekend. Topics waarbinnen een link met cardiovasculair onderzoek gelegd kan worden zijn:Topic 5) qualification of translational safety biomarkers. Over de beoordeling van geschikte biomarkersTopic 6) Strengthening the monitoring of the benefit/ risk of medicines. Over standaardisatie van databases op het gebied van pharmaco-epidemologie.Topic 8) surrogate markers for vascular endpoints. Gericht op diabetes. Focus op atherosclerose, biomarkers, surrogate endpoints.Andere onderwerpen zijn: immunogenicity, carcinogenesis, toxicity prediction, non-clinical safety evaluation, celtransplantatie in diabetes, de realisatie van een Europees Research Training Network, safety sciences, trainingsprogramma&#039;s.Mocht u binnen een van de onderwerpen kansen voor deelname zien, dan raden wij u aan contact op te nemen met EG-Liaison en met hen uw plannen te bespreken. Het ICIN kan als gesprekspartner optreden en blijft in ieder geval graag op de hoogte.Meer informatie
Meer over IMi op de website van SenterNovem:
http://www.senternovem.nl/egl/zoekresultaten.asp?keyword=imiax=0ay=0aquicksearch=true
Website van het programma:
www.imi-europe.org
Website van de EU over het programma:
www.imi.europa.euContactgegevens SenterNovem - EG-Liaison
Esther Verhoeven, Sandra de Wild en Martijn de Jager
e-mail: health@egl.nl
telefoon: 070-3735250</description>
<pubDate>Tue, 06 May 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=29&amp;lng=nl</guid>
</item>
<item>
<title>Persbericht: Durrer centrum for cardiogenetisch onderzoek</title>
<link>http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=28&amp;lng=nl</link>
<description>Op vrijdag 18 april opent het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN) officieel het Durrer centrum for cardiogenetic research. Het Durrer centrum brengt  data en DNA van patienten met erfelijke en aangeboren hartafwijkingen bijeen en zal deze verzameling in de komende jaren verder uitbreiden zodat een unieke collectie van ongekende omvang ontstaat. Hart- en vaatziekten zijn deels genetisch bepaald. Hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds doodsoorzaak nummer 1 met 41.720 sterfgevallen in 2006. Hartkwalen zijn deels te voorkomen met een gezonde levensstijl en tijdige behandeling. Maar dat  geldt helaas niet voor patienten met erfelijke en aangeboren hartafwijkingen. Het Durrer centrum geeft een impuls aan onderzoek wat voor deze groep patienten letterlijk het verschil tussen leven en dood kan betekenen.Om daarin meer inzicht te krijgen brengt het ICIN Nederlandse onderzoeken en onderzoekers bijeen in het Durrer centrum. Nederland is nu al leidend in de wereld in het onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen en het Durrer centrum zal deze positie versterken en ook veel buitenlandse onderzoekers aantrekken.De leidende positie van Nederland is te danken aan de unieke samenwerking tussen de Nederlandse academische ziekenhuizen. Door kennis, onderzoekers en materiaal te delen kan de Nederlandse cardiologie onderzoek doen op een schaal die zelfs in de Verenigde Staten vaak niet haalbaar blijkt.Het Durrer centrum komt onder leiding te staan van Prof. J.W. Jukema (LUMC) en Prof. Y. Pinto (AMC). Wouter Jukema is optimistisch over de toekomst van het cardiogenetisch onderzoek in Nederland: &quot;In het Durrer centrum brengen we de top van het Nederlands cardiogenetisch onderzoek bij elkaar. Door de samenwerking van acht universitaire ziekenhuizen met andere instellingen in en buiten Nederland kunnen we straks onderzoek doen op een ongeevenaarde schaal.&quot;Tijdens de opening van het Durrer centrum spreekt Dr. H. Stam, directeur van de Nederlandse Hartstichting. Over de betrokkenheid van de Nederlandse Hartstichting bij het Durrer centrum zegt hij: &quot;De Nederlandse Hartstichting vindt het belangrijk om een stap te zetten in de richting van een centrale hoog gekwalificeerde faciliteit in Nederland, beschikbaar en toegankelijk voor de gehele cardiovasculaire gemeenschap.&quot;KNAW onderkent het belang van meer onderzoek op dit terrein en steunt daarom het Durrercenter. KNAW-directeur onderzoek Theo Mulder: &quot;het Durrer Centrum is een voorbeeld van  hoe door samenwerking en  concentratie van kennis wetenschappelijke meerwaarde wordt geschapen op een terrein waar de komende jaren grote doorbraken worden verwacht.&quot;Zie ook www.durrercenter.nl</description>
<pubDate>Fri, 18 Apr 2008 00:00:00 +0200</pubDate>
<guid isPermaLink="true">http://www.icin.nl/index.php?blz=3&amp;nid=28&amp;lng=nl</guid>
</item>
</channel>
</rss>
